Nader Verklaard
De achtste maand van het Romeinse jaar is genoemd naar octo (acht). Na de kalenderhervorming door Paus Gregorius werd het na 4 oktober ineens 15 oktober om het verschil tussen het zonnejaar en de Juliaanse tijdrekening te corrigeren.
De Romeinen droegen oktober op aan de god en wijnliefhebber Bacchus, vandaar de bijnaam wijnmaand. Dit is ook de tijd van de wijnoogsten.
Oktober werd voorheen ook wel aarselmaand genoemd vanwege de aarzeling tussen herfst en winter. Het is een echte overgangsmaand met soms nog zomers weer maar soms ook sneeuw en matige vorst.
Klimatologisch is het een overgangsmaand bij uitstek waarin het nog zomers kan zijn maar ook al flink kan vriezen met kans op sneeuw. Het einde van de maand is gemiddeld zo'n vier graden kouder dan het begin. Het langjarig gemiddelde over de hele maand bedraagt in ons land 10,4 graden, maar het kan variëren van 6 tot 14 graden. September is 4 graden warmer en de temperatuurdaling zet gestaag door; november is nog eens 4 graden kouder dan oktober. De uitersten liggen ver uiteen: van 30,1 graden op 10 oktober 1921 in Sittard tot -8,5 graden op 28 oktober 1931 in Winterswijk en 24 oktober 2003 in Twente.
De kuststrook profiteert als erfenis van de zomer nog van het relatief warme zeewater en is in oktober doorgaans 1 tot 2 graden warmer dan het binnenland. Dat verschil is vooral merkbaar aan de afkoeling 's nachts. In het binnenland zijn een of twee vorstdagen normaal, maar aan de kust vriest het nog zelden, behalve op windbeschutte plaatsen in de duinen waar het lokaal flink kan afkoelen. Overdag kan het hier in de zon nog heel warm zijn en zo kan het bijvoorbeeld op de Wadden ook in deze tijd soms nog heel aangenaam zijn.
Gemiddeld over het land wordt het in oktober nog op 11 dagen warmer dan 15 graden en op 1 dag warmer dan 20 graden. Afgezien van het rustige herfstweer is de wind doorgaans sterker (op 4 dagen windkracht 6 of meer). De eerste stormdepressies verschijnen in het Noordzeegebied. Een zware storm met een uurgemiddelde wind van kracht 10 of meer is in oktober in de laatste honderd jaar aan de kust zes keer voorgekomen. Door de warme zee is de kust in deze tijd ook de natste regio. De Zeeuwse kust krijgt zo'n 85 mm, de kust van Noord-Holland ruim 100 mm. Landinwaarts zijn de hoeveelheden minder met het midden van Limburg als droogste gebied waar 60 mm normaal is. Gemiddeld regent het in oktober bijna 60 uur en de komende maand neemt de neerslagduur verder toe. De zon schijnt gemiddeld 104 uren, bijna 30 uren minder dan in september.
Oktoberwarmte
Hoewel het in de loop van oktober snel kouder wordt, kan het vooral in de eerste helft van deze maand nog warm worden. De middagtemperatuur zakt van gemiddeld 17 graden in het begin tot 11 graden eind oktober, maar soms kan het nog zomers warm worden. In De Bilt kwam de temperatuur in de 20e eeuw in oktober op zes dagen boven 25 graden. De warmste dagen waren 10 oktober 1921 (26,7 graden), 4 oktober 1983 (26,5 graden), 2 oktober 1908 (26,2 graden), 3 oktober 1908 (26,0 graden), 2 oktober 1959 (25,7 graden) en 9 oktober 1921 (25,0 graden).
Op 4 oktober 1983 werd zelfs op Schiermonnikoog 23,9 graden gemeten, maar Venlo was met 28,1 graden de warmste plaats. Het landelijke eeuwrecord staat geboekt op 10 oktober 1921 toen Sittard 30,1 graden bereikte. De dag daarvoor was toen in Limburg ook al bijna tropisch met in Maastricht 29,2 graden en de zomerwarmte was tekenend voor de hele maand. In het uiterste zuiden van Limburg leverde oktober 1921 liefst negen zomerse dagen (25 graden of hoger).
Zelfs eind oktober zijn in het zuiden van ons land nog zomerse temperaturen gemeten: op 27 oktober 1937 noteerde Maastricht 26,2 graden. In De Bilt is 10 oktober 1921 de laatste datum van het jaar waarop de temperatuur nog tot boven 25 graden (zomers) is opgelopen en 30 oktober 2005 de laatste datum met meer dan 20 graden (warm). Oktober 2005 leverde in Zuid-Limburg twee keer een serie van 5 warme dagen op, zodat de maand er 10 telde. Normaal telt weerstation Maastricht Airport in oktober 3 warme dagen.
Op 6 oktober 1997 werd in Maastricht 24,7 graden gemeten, bijna een zomerse dag dus. In 1996 noteerde het inmiddels opgeheven weerstation Oost-Maarland op 14 oktober 23,8 graden. Deze hoge temperatuur hield verband met een zwak föhneffect in het Limburgse heuvelland. Oktober 1990 leverde in Maastricht vanaf 11 oktober een reeks van vijf warme dagen met temperaturen tussen 21 en 24 graden. Ook 's nachts bleef het warm en in Vlissingen kwam de temperatuur in twee nachten niet onder de 15 graden. Nog zwoeler bleef het 's nachts op 3 oktober 1985 toen Maastricht een minimum noteerde van 18,0 graden. De Bilt had toen de warmste oktobernacht van de 20e eeuw met een minimum van 15,8 graden.
Oktoberkou
Vaak kent deze maand twee gezichten en vooral in de tweede helft van de maand kan het al flink vriezen.
Niet zelden komt het dan al in een aantal nachten op rij tot vorst en soms valt er al sneeuw. De vroegste sneeuw had De Bilt op 13 oktober 1975: vrijwel heel het land werd 's ochtends verrast door enkele centimeters sneeuw en midden op de dag wezen de thermometers 2 à 3 graden aan. Ook op 18 oktober 1973 en 24 oktober 2003 viel er sneeuw.
Sneeuw is in deze maand echter zeldzaam (in De Bilt was sinds 1901 op negen dagen sprake van uitgebreide sneeuwval), maar gemiddeld telt oktober wel 1 tot 3 vorstdagen. Behalve aan zee waar het relatief warme zeewater de vorst tegengaat. Soms vriest het in oktober landinwaarts al op 10 dagen. In 1912 sloeg de winter al in de eerste helft van de maand toe. Tussen 4 en 13 oktober 1912 kwam het in De Bilt al op 8 dagen tot lichte vorst. Winterswijk noteerde op 7 oktober 1912 met -5,7 graden al matige vorst.
De meest opmerkelijke oktoberkou beleefde ons land in de jaren 1919, 1920 en 1922. Oktober 1905 en 1922 zijn met in De Bilt 6,5 graden veruit de koudste zaaimaanden, zoals de maand ook wel wordt genoemd, van de eeuw. Normaal is een gemiddelde van 10,3 graden (over 1971-2000). Tussen 22 en 29 oktober 1922 daalde de temperatuur iedere nacht onder nul en De Bilt had al twee nachten met matige vorst. Op 30 oktober van dat jaar viel de eerste sneeuw en kwam de temperatuur in De Bilt niet hoger dan 1,7 graden.
Oktober 1920 heeft een nog langere reeks vorstdagen op naam staan. Op 19 oktober begon het te vriezen en tot en met 11 november kwam het kwik iedere nacht onder nul, met uitzondering van 29 oktober. Oktober 1919 telde ook 10 dagen met vorst. De koudste oktobernacht beleefde ons land echter in 1931 toen het kwik op 28 oktober in Winterswijk tot -8,5 graden zakte. Ook De Bilt had toen met -7,8 graad zijn oktoberrecord. Op 24 oktober 2003 noteerde Twente een minimum van -8,4 graden.
Begin 1998 beleefden we het koudste weekeinde dat we ooit begin oktober hebben meegemaakt. Op 3 oktober 1998 kwam de temperatuur in De Bilt niet hoger dan 6,1 graad, een nieuw record voor de eerste tien dagen van oktober. De 4e oktober was met 8,9 graden nauwelijks minder koud. Op 12 oktober 2002 noteerde De Bilt 8,1 graden.
Veel vorst in oktober is volgens een aantal volkswijsheden een voorbode van een milde winter. Het is inderdaad een aantal keren voorgekomen dat een winter die al vroeg van zich laat spreken in de kiem wordt gesmoord, maar er zijn ook uitzonderingen.
Bron: KNMI en klimaatatlas van Nederland